Big5 Persoonlijkheidskenmerken

De Big5 Persoonlijkheidskenmerken beschrijven jouw identiteit

Iemands persoonlijkheid verkennen is zeer waardevol. Het geeft duidelijk inzicht voor HR om de juiste match voor een openstaande vacature te vinden. Ook kan het het individu helpen beter inzicht in zichzelf te krijgen en het maximale potentieel te benutten. Teams, en met name team coaches kunnen de persoonlijkheid van individuele teamleden gebruiken om een betere teamcohesie te creëren. Zoals we op deze pagina zullen ontdekken helpt dit de teamprestaties te vergroten en voorkomt het stress gerelateerde klachten. Graag neem ik je mee in wereld van de Big5 Persoonlijkheidskenmerken.

Geschiedenis

In de psychologie wordt vaak gebruik gemaakt van 5 dimensies om persoonlijkheid te onderzoeken. Sinds het einde van de 20e eeuw worden deze 5 dimensies, de Big5 persoonlijkheidskenmerken, gebruikt om individuele verschillen in persoonlijkheid te meten en hier een beter begrip van te ontwikkelen.

In het Engels kom je ook wel het acroniem OCEAN tegen. Dit acroniem staat voor de 5 verschillende Big5 persoonlijkheidskenmerken:

  • Openness (Intellectuele autonomie)
  • Conscientiousness (Ordelijkheid)
  • Extraversion (Extraversie)
  • Agreeableness (Mildheid)
  • Neuroticsm (Natuurlijke reacties)

Bij een persoonlijkheidsonderzoek worden de Big5 persoonlijkheidskenmerken vaak verdeeld. Zo kan iemand heel extravert zijn, heel weinig extravert zijn (introvert) of tussen de 2 uiterste inzitten. In tegenstelling tot veel andere persoonlijkheidstesten geeft de Big5 persoonlijkheidstest niet aan of iemand extravert dan wel introvert is, maar geeft het een veel genuanceerder beeld van iemands persoonlijkheid. Dit door niet uit te gaan van de uiterste scores maar door uit te gaan van de werkelijke waardes.

Lexicale aanpak

De eerste onderzoeken naar persoonlijkheid volgenden vaak de eigenschapstheorie. Dit is het idee dat iemands temperament en gedrag kan worden geduid in termen van individuele eigenschappen. Bijvoorbeeld zelfvertrouwen, vriendelijkheid of melancholie.

De eigenschapstheorie gaat uit van een lexicale benadering van persoonlijkheid. Eigenschappen kunnen worden beschreven in enkelvoudige bijvoeglijke naamwoorden of beschrijvende zinnen. De lexicale benadering gaat ervan uit dat als voldoende mensen regelmatig een bepaalde vorm van gedrag laten zien, en er geen term bestaat om dit gedrag in een taal te beschrijven, deze term gecreëerd wordt. Op die manier kan de eigenschap met andere worden besproken.

De lexicale aanpak
Woordenlijsten als basis voor persoonlijkheidsonderzoek

Woordenlijsten

Psychologen Gordon Allport en Henry Odbert haalden in 1936 ongeveer 4.500 woorden, waarmee gedrag of persoonlijkheidskenmerken beschreven konden worden, uit Webster’s New International Dictionary. Veel van deze termen worden gegroepeerd in de Big5 persoonlijkheidskenmerken. Hiermee is een beknoptere kenmerkenlijst samengesteld die praktischer is op het gebied van persoonlijkheidsonderzoek.

Raymond Cattell ontwikkelde een op woorden gebaseerde vragenlijst om persoonlijkheidskenmerken op 16 persoonlijkheidskenmerken te meten. Dit staat staat bekend als zijn, in de jaren 40 van de vorige eeuw, ontwikkelde Sixteen Personality Factor Questionnaire (16PF)-instrument.

Robert McCrae & Paul Costa

Later ontwikkelde Robert McCrae en Paul Costa het Five-Factor Model (FFM). Dit model beschrijft de persoonlijkheid in 5 brede dimensies. Psycholoog Lewis Goldberg noemde het model de ‘Big Five’ persoonlijkheidsfactoren. Op basis van het werk van McCrae en Costa ontwikkelde hij de International Personality Item Pool (IPIP). De IPIP is een inventaris van beschrijvende uitspraken met betrekking tot elke kenmerk van de Big5 persoonlijkheidskenmerken. Binnen iedere dimensie geven een reeks individuele eigenschappen meer specifieke details over de persoonlijkheid.

De Big5 persoonlijkheidskenmerken kunnen worden beoordeeld aan de hand van zelf rapportage vragenlijsten. Een persoon waarvan de persoonlijkheid onderzocht wordt, wordt gevraagd een aantal beschrijvingen of bijvoeglijke naamwoorden te lezen en aan te geven in hoeverre deze woorden of beschrijving op hem of haar van toepassing zijn. Voor deze beoordeling wordt vaak gebruik gemaakt van een zogeheten Likert-schaal. Deze schaal geeft een gradatie aan en loopt bijvoorbeeld van 1 tot en met 5 waarbij 1 sterk mee oneens is en 5 sterk mee eens.

De wenselijkheidsbias

Zelf rapportage metingen geven een goed inzicht in iemands persoonlijkheid die alleen door gedragsobservatie niet gevonden wordt. Wel moet rekening gehouden worden met de sociale wenselijkheidsbias ofwel de kans dat de testpersoon de meer sociaal wenselijke antwoorden geeft dan zijn of haar echte antwoord. Om de kans op manipulatie van de antwoorden te voorkomen is het belangrijk dat de vragenlijst goed is opgebouwd en voldoende controlevragen bevat. Een reden waarom veel testen om de Big5 persoonlijkheidskenmerken in kaart te brengen lange vragenlijst hanteren.

Robert McCrae en Paul Costa, de grondleggers van het Five-Factor Model
Robert McCrae & Paul Costa
De Big5 Persoonlijkheidskenmerken die jouw persoonlijkheid vormen

Big5 persoonlijkheidskenmerken

Zoals de naam, Five Factor Model of Big5 als aangeeft, bestaat de Big5 uit 5 persoonlijkheidskenmerken. Iedere dimensie heeft haar eigen kenmerken en eigenschappen. Deze eigenschappen kunnen gecombineerd worden. Hierdoor ontstaan unieke persoonlijkheidskenmerken. Er zijn bijna oneindig veel combinaties mogelijk. Dit komt omdat iemand niet uitsluitend ‘hoog’ of ‘laag’ op een schaal eindigt maar ‘overal’ kan eindigen.

Om meer inzicht op de verschillende dimensie te creëren worden ze hieronder uitvoerig besproken.

Intellectuele autonomie

Intellectuele autonomie is het onderdeel van iemands persoonlijkheid wat de bereidheid van iemand is om nieuwe activiteiten te proberen. Wanneer mensen een hoge mate van intellectuele autonomie hebben zijn ze vaak vatbaar voor onconventionele ideeën en overtuigingen.

Iemand met hoge mate van intellectuele autonomie geniet van artistieke en culturele ervaringen. Denk hierbij aan het bezoeken van kunstgalerijen, musea, theaters en het luisteren naar muziek. Ook reizen naar nieuwe bestemmingen om onbekende culturen en gebruiken te ontdekken zullen vaak gemaakt worden.

Wanneer iemand een minder hoge mate van intellectuele autonomie heeft zal hij of zij minder open staan voor nieuwe ervaringen. Bij onbekende zaken zal deze persoon eerder op zijn of haar hoede zijn en zich onzeker voelen. Voor ideeën of overtuigingen die hun status quo uitdagen zijn ze vaak wat wantrouwig.

Omdat ze zich ongemakkelijke voelen in onbekende situaties zullen mensen met een lage mate van intellectuele autonomie de voorkeur geven aan een vertrouwde omgeving. Ze hebben vaak grote waardering voor de veiligheid van voorspelbaarheid en houden zich graag bij het bekende. Tradities en routines worden zeker gewaardeerd.

Intellectuele autonomie en intelligentie

Vaak wordt intellectuele autonomie geassocieerd met intelligentie wanneer deze persoonlijkheidsfactor gemeten wordt. Personen die hoog scoorden op verbale en gekristalliseerde intelligentiemetingen, bleken vaak ook een hogere mate van intellectuele autonomie te hebben (Schretlen, Hulst, Pearlson, & Gordon, 2010).

Een verklaring voor deze overeenkomst is dat mensen die op beide onderzoeken hoog scoren zichzelf meer plaatsen in omgevingen waar de nieuwe kennis en ervaringen opdoen. Bijvoorbeeld tijdens een museumbezoek of bij het ontdekken van andere culturen.

Iemands intellectuele autonomie kan geleidelijk veranderen. Onderzoek van een Amerikaanse enquêteanalyse laat zien dat intellectuele autonomie geleidelijk afneemt naarmate mensen ouder worden (Costa, et al., 1986)

Ordelijkheid

Mensen die meer ordelijk zijn ingesteld handelen vaak gewetensvol. Ze zijn zich bewust van hun acties en de gevolgen die hun acties hebben. Vaak voelen meer ordelijk ingestelde mensen zich verantwoordelijk voor anderen en zijn ze voorzichtig met het uitvoeren van toegewezen taken.

Ordelijk ingestelde mensen zijn vaak goed georganiseerd en houden van een opgeruimde omgeving. Een goede tijdregistratie en werken vanuit een geplande agenda geniet vaak de voorkeur.

Mensen met een hoog ordelijk niveau vertonen ook meer doelgericht gedrag. Ze stellen ambitieuze doelen en zijn gemotiveerd om deze te bereiken. Niet afgeschrikt door hard werken, willen ze gedreven zijn om te slagen in elk aspect van hun leven, inclusief academische prestaties en het bevorderen van hun carrière.

Lage mate van nauwgezetheid wordt weerspiegeld in minder gemotiveerd gedrag. Minder ordelijke individuen maken zich minder zorgen over netheid en stiptheid. Dit kan ertoe leiden dat ze te laat komen op afspraken en vergaderingen, en meer ontspannen zijn in het stellen van levensdoelen.

Mensen met een lage mate van ordelijkheid hebben de neiging om meer impulsief gedrag te vertonen. Ze handelen op het laatste moment in plaats van na te denken over de gevolgen van hun keuzes.

Ordelijkheid en omgevingsfactoren

Onderzoek suggereert dat zowel omgevingsfactoren als erfelijkheid van invloed kunnen zijn op ordelijkheid.

Uit een enquête bleek dat deelnemers van wie de ouders als kind aanhankelijk gedrag ten opzichte van hen hadden vertoond, hogere ordelijkheidsniveaus op volwassen leeftijd rapporteerden (McCrae & Costa, 1988).

De bevindingen van een volgende tweelingstudie suggereren echter dat ordelijkheid gedeeltelijk kan worden beïnvloed door de genen die van ouders zijn geërfd (Jang, Livesley, & Vernon, 1996).

Extraversie

Iemand met een hoge mate van extraversie wordt gekenmerkt door uitgaand, sociaal zelfverzekerd gedrag. Mensen met een hoge mate van extraversie zijn sociaal, spraakzaam en vaak vooruitstrevend in sociale situaties. Ze vinden het leuk om het middelpunt van een groep te zijn en zullen vaak de aandacht van anderen vragen.

Mensen met een hoge mate van extraversie vinden het leuk om nieuwe mensen te ontmoeten en stellen zichzelf graag voor aan vreemden. Ze gedijen in gezelschap van anderen.

Dit Big5 persoonlijkheidskenmerk wordt gemeten op een de schaal introversie-extraversie. Individuen die in het midden van de twee eigenschappen passen, worden beschreven als ambiverts.

Mensen met een lage mate van extraversie zijn stiller en voelen zich vaak verlegen bij andere mensen. Ze voelen zich sneller geïntimideerd in grote groepen zoals feesten en zullen vaak proberen om veeleisende sociale bijeenkomsten te vermijden.

Mensen met een lage mate van extraversie vinden het leuk om deel uit te maken van kleinere sociale groepen, bij voorkeur met bekende mensen.

Dergelijk gedrag leidt ertoe dat mensen met een lage mate van extraversie de neiging hebben om van kleinere sociale netwerken te genieten, maar in plaats daarvan onderhouden ze een hechte groep vertrouwde vrienden.

Extraversie en onze hersenen

De in Duitsland geboren psycholoog Hans Eysenck vond dat extraversie, samen met de dimensie natuurlijke reacties, een belangrijke persoonlijkheidsfactor was en nam het op in het PEN-persoonlijkheidsmodel (Eysenck & Eysenck, 1976).

Eysenck was van mening dat extraverte mensen een lagere corticale opwinding ervoeren dan de algemene bevolking. Als resultaat zoeken ze externe stimulatie in de vorm van sociaal betrokken gedrag. Corticale opwinding is volgens Eysenck hoger bij mensen met een lagere extraversie, waardoor ze niet in dezelfde mate externe prikkels nodig hebben als mensen met een hoge extraversie (Eysenck, Crime and personality. Medico-Legal Journal. 47(1). 18-32., 1979).

De Zwitserse psychoanalyticus Carl Jung legde extraversie uit in termen van psychische energie, die elk individu anders aanstuurt. Jung schreef dat mensen met een hoge mate van extraversie energie naar buiten richten, naar andere mensen, terwijl mensen met een mindere mate van extraversie hun psychische energie concentreren op solitaire activiteiten zoals voor zichzelf denken (Jung & Baynes, 1921).

Mildheid

Mensen die hoog scoren op mildheid zijn vriendelijk en coöperatief. Milde mensen worden vaak door hun collega’s als sympathieker beschouwd en vertrouwen op anderen. Ze zijn vaak altruïstischer en bereid om anderen te helpen in tijden van nood.

Hun vermogen om met anderen samen te werken, betekent dat ze vaak goed werken als teamleden.

Mensen met een hoge mate van mildheid houden er niet van betrokken te zijn bij ruzies, conflicten met anderen en andere vormen van confrontatie. Ze proberen anderen tot bedaren te brengen en te sussen door op te treden als de bemiddelende ‘vredesmaker’ van hun groep.

Personen met een lagere mate van mildheid zijn het vaker oneens met anderen. Ze zijn minder bezorgd over het behagen van andere mensen en het maken van vrienden. Vaak staan ze ​​wantrouwiger tegenover de bedoelingen van andere mensen en zijn minder liefdadig.

In plaats daarvan zijn ze gemotiveerd om te handelen in overeenstemming met hun eigenbelang, met minder respect voor de behoeften van anderen. Als gevolg hiervan worden ze door anderen gezien als egoïstischer dan milde personen.

Mildheid en relaties

Terwijl mensen met een lage mate van mildheid het gemakkelijker vinden om hun eigen belangen te behartigen, hebben degenen die het prettiger vinden de neiging om betere relaties met anderen te hebben. Dit kan van jongs af aan gunstig zijn: (Jensen-Campbell, et al., 2002) ontdekten dat kinderen met een hogere mate van vriendelijkheid minder snel werden gepest op school. Net als bij sommige van de andere persoonlijkheidsfactoren van de Big5, zijn onze mildheidsniveaus ons hele leven lang vloeibaar en neigen ze toe te nemen naarmate we ouder worden (Donnellan & Lucas, 2008).

Natuurlijk Reacties

Dit Big5 persoonlijkheidskenmerk wordt gemeten op een schaal dat varieert van rationeel handelen tot emotioneel handelen, de natuurlijke manier van reageren. Mensen die emotioneel handelen maken zich vaak aanhoudende zorgen. Ze zijn angstiger en voelen zich vaak angstig, overdenken hun problemen en overdrijven hun betekenis. In plaats van het positieve in een situatie te zien, staan ​​ze meer stil bij de negatieve aspecten ervan.

Een emotionele natuurlijk reactie kan ertoe leiden dat een persoon in zijn dagelijkse leven minder succesvol omgaat met veelvoorkomende stressfactoren. In plaats daarvan raakt hij of zij vaak gefrustreerd door anderen en kun hij of zij boos worden als gebeurtenissen niet naar wens plaatsvinden.

Mensen met een meer rationele natuurlijke reactie zijn minder bezorgd over deze negatieve zorgen. Ze kunnen rustiger blijven in stresssituaties en problemen in verhouding tot hun belang zien. Als gevolg hiervan maken ze zich in mindere mate zorgen over dergelijke problemen.

Natuurlijke reacties en relaties

De rationele natuurlijke reactie van een persoon kan gevolgen hebben voor hun relatie met anderen. Uit een onderzoek bleek dat mensen in relaties minder gelukkig waren dan andere stellen als hun partner emotioneel scoorde op het persoonlijkheidskenmerk (Headey, Muffels, & Wagner, 2010). Een verklaring voor een emotionele natuurlijke reactie werd gegeven door de bio-psychologische theorie van psycholoog Jeffrey Alan Gray. Hij suggereerde dat menselijk gedrag wordt gemotiveerd door twee systemen. De eerste, het gedrags-activeringssysteem (BAS, behavioral activation system), is ingegeven door het vooruitzicht op beloning. Een tweede systeem, het gedragsremmingssysteem (BIS, behavioral inhibition system), wordt gedreven door de noodzaak om straf voor iemands gedrag te vermijden. Gray geloofde dat het laatste systeem meer invloed uitoefent op het gedrag van individuen met een emotionele natuurlijke reactie (Gray, 1970).

Gedrag en de Big5 persoonlijkheidskenmerken

In de diverse dimensies is het woord ‘gedrag’ al een aantal keer gevallen. Als we vanuit de Big5 persoonlijkheidskenmerken kijken naar gedrag, dan kunnen we een verdeling maken tussen de emotie en de wijze waarop de emotie geuit wordt. Hoe we emotie uitten is wat we vaak als gedrag aanmerken. Echter is gedrag veel breder dan alleen de uiting. De volledig definitie van gedrag luidt:

Gedrag is het geheel van acties en reacties van een organisme, gewoonlijk met betrekking tot de natuurlijke omgeving en de sociale omgeving.

Het uiten van het gedrag is sterk afhankelijk van de factoren afkomst (hoe is iemand opgegroeid), conditionering (hoe kijkt iemand naar de wereld) en omgeving (in welke omgeving bevindt iemand zich op dit moment). De combinatie van de emotie en het uiten vormen het gedrag wat wij aan de buitenkant zien.

De emoties die iemand voelt worden vooral gestuurd door de situatie en de Big5 persoonlijkheidskenmerken. Voor een emotie die bepaald voorkeursgedrag veroorzaakt zijn telkens 2 persoonlijkheidskenmerken aan te wijzen. De combinatie van deze 2 persoonlijkheidskenmerken uit zich in het voorkeursgedrag.

Aan de hand van de persoonlijkheidskenmerken kunnen we dus vrij goed iemands voorkeursgedrag voorspellen. Hoe die persoon echter het gedrag uit is, zoals eerder benoemd, mede afhankelijk van de factoren afkomst, conditionering en omgeving. Te verwachten is dat iemand die ergens boos om wordt dit op het werk anders uit dan thuis.

Boosheid

Boosheid vanuit persoonlijkheid is een combinatie van de natuurlijke reactie en de mate van mildheid. Wanneer deze 2 Big5 persoonlijkheidskenmerken gekruist over elkaar heen gelegd worden ontstaan er 4 manieren waarop iemand met zijn of haar boosheid om kan gaan. Hierbij is het belangrijk in de gaten te houden dat de mate waarin dit gebeurt sterk afhankelijk is met de mate waarop op de dimensie schalen gescoord is.

Temperamentvol

Iemand die emotioneel reageert als er iets gebeurt en daarnaast een lage mate van mildheid heeft. Deze persoon noemen we temperamentvol. Hij of zij heeft de neiging snel boos te worden. Je doet er in dat geval goed aan de boodschap zo positief mogelijk te brengen. Zorg ervoor dat je begrip toont in wat het met hem of haar doet.

Houdt er rekening mee dat een temperamentvolle persoon vaak lang boos blijft, en dit ook uit! Blijf met deze persoon in gesprek en zorg voor een zo positief mogelijke uitleg.

Timide

Een timide persoon reageert net als een temperamentvolle persoon heel emotioneel. Echter, daarnaast is hij of zij meer mild ingesteld. Dit lijkt ideaal omdat je daar weinig weerstand van krijgt, maar schijn bedriegt!

Een timide persoon is vaak een binnenvetter die zijn of haar boosheid naar binnen richt. Er zal veel sneller een slachtoffer rol aangenomen worden. Ook zal het sneller lijken dat deze persoon verdrietig is over de boodschap dan boos. Hierdoor krijg je een compleet beeld van de echte emoties.

Met timide personen moet je in gesprek blijven om hun echte gevoelens boven wat te krijgen. Zijn ze echt verdrietig of zijn ze eigenlijk boos? Op die manier weet je of je een medestander of een tegenstander tegenover je hebt.

Koelbloedig

Iemand die rationeel is en een lage mate van mildheid heeft, noemen we koelbloedig. Hij of zij zal zijn of haar boosheid niet direct uiten. Meer zal deze persoon zich richten op het terugpakken van de personen die het probleem veroorzaakt hebben. Vaak zie je bij deze mensen een vijandige opstelling.

Een koelbloedig persoon heeft weinig gevoelens van boosheid maar heeft meer het gevoel van: “Ik ga hier heel hard tegenin! No way dat mij dit onrecht aangedaan wordt!”. Deze gedachte maakt dat je deze mensen het beste kunt betrekken in de uitvoering van een verandering of beslissing. Laat zien dat je het probleem niet bij hen neer legt, maar dat je het probleem zelf ook ervaart. Maak ze deelgenoot van jouw probleem.

Gemakkelijk in de omgang

Iemand is ‘gemakkelijk in de omgang’ als deze rationeel is en een hoge mate van mildheid heeft. Deze combinatie maakt dat deze persoon wil zoeken naar oplossingen. Hij of zij wordt niet snel boos maar wil juist helpen het probleem te tackelen.

Mensen die gemakkelijk in de omgang zijn, zijn daardoor een perfecte match om als ambassadeur voor je op te treden! Deze mensen als eerste in de gesprekken meenemen is dan ook zeker aan te raden. Ze kunnen je voor uit helpen om ook anderen die minder meegaand zijn mee te krijgen.

Impulsiviteit

Ook voor impulsiviteit kunnen we 2 Big5 persoonlijkheidskenmerken uit de Big 5 combineren. Door de dimensie natuurlijke reacties en ordelijkheid te combineren ontstaan weer 4 vormen van voorkeursgedrag:

Onder beheerst

Iemand die emotioneel is en in mindere mate ordelijk, noemen we onder beheerst. Hij of zij is vaak overgeleverd aan de genade van eigen impulsen. De persoon vindt het moeilijk en pijnlijk om elke drang of wens te weerstaan, en mist de zelfbeheersing om de eigen drang in toom te houden. Als een gevolg hiervan kan hij of zij handelen op een manier waarvan hij of zij zelf weet dat dit niet in beste belang is op de lange termijn. Deze persoon kan bijzonder vatbaar zijn voor middelenmisbruik en ander gezondheidsrisico’s.

Over beheerst

Wanneer de natuurlijke reacties voornamelijk emotioneel zijn en een hoge mate van ordelijkheid is, spreken we van over beheerst. Gevoeligheid wordt gecombineerd met een sterke behoefte om gedrag te beheersen. Deze persoon heeft een perfectionistisch streven en zal zichzelf niet toestaan om zelfs in de kleinste details te falen. Omdat doelen vaak onrealistisch en onbereikbaar zijn, is hij of zij gevoelig voor schuldgevoelens en zelfbeschuldiging. Deze personen kunnen enigszins dwangmatig zijn.

Ontspannen

Iemand waarbij de natuurlijk reactie vooral rationeel is en een lage ordelijkheid, wordt ontspannen genoemd. Deze persoon ziet weinig behoefte om strikte controle over het eigen gedrag uit te oefenen. Hij of zij heeft de neiging om het rustig aan te doen en is filosofisch over teleurstellingen. Ze hebben vaak extra hulp nodig om zichzelf te motiveren om passend medisch advies in te winnen of een moeilijk te ondernemen taak op te volgen.

Gericht

Rationaal qua natuurlijk reactie en een hoge mate van ordelijkheid noemen we gericht. Deze mensen hebben een helder gevoel van eigen doelen en het vermogen om naar deze doelen toe te werken, zelfs onder ongunstige omstandigheden. Ze verwerken tegenslagen en frustraties met kracht, en zijn in staat om onbevredigde behoeften te tolereren zonder het actieplan te verlaten.

Welzijn

Het welzijn voorkeursgedrag wordt door de Big5 persoonlijkheidskenmerken natuurlijke reacties en mate van extraversie bepaald. Door deze Big5 persoonlijkheidskenmerken kruislings over elkaar heen te leggen ontstaan weer 4 verschillende voorkeursgedrag typen.

Sombere pessimist

De natuurlijke reacties zijn overwegend emotioneel en een lage mate van extraversie maken iemand een sombere pessimist. Deze wordt geconfronteerd met een donker en somber leven. Er is weinig dat hij of zij toejuicht en er is veel dat angst en nood veroorzaakt. Vooral bij stressvolle omstandigheden, ervaar hij of zij periodes waarin een depressief gevoel de boventoon voert. Zelfs onder normaal omstandigheden vindt hij of zij het leven vaak hard en vreugdeloos.

Sterk emotioneel

Wanneer er een hoge mate van extraversie is in combinatie met een emotionele natuurlijke reactie, dan praten we over sterk emotioneel. Zowel positieve als negatieve emoties worden volledig ervaren. Deze persoon kan snel slingeren van de ene stemming naar een ander. De interpersoonlijke interacties kunnen onstuimig zijn omdat hij of zij zo gemakkelijk wordt beïnvloed door gevoelens. Vaak heeft deze persoon wel het gevoel dat het leven vol zit met opwinding.

Ingehouden

Goed noch slecht nieuws heeft veel effect op deze persoon; hij of zij houdt een stoïcijnse onverschilligheid aan bij gebeurtenissen die beangstigend of verheugend zijn voor anderen. De rationele natuurlijke reactie in combinatie met lage mate van extraversie maken dat interpersoonlijke relaties eronder lijden omdat anderen deze persoon een ‘koude vis’ kunnen vinden. De emotionele levenservaring is flauw.

Vrolijke optimist

Een hoge mate van extraversie gecombineerd met rationele natuurlijke reacties maakt iemand een vrolijke optimist. Hij of zij is meestal vrolijk. Deze persoon wordt niet onnodig ontroerd door problemen en heeft een grote waardering voor de geneugten van het leven. Wanneer hij of zij geconfronteerd wordt met frustratie of teleurstelling kan hij of zij boos of verdrietig worden. Deze gevoelens worden echter wel snel achter gelaten. De persoon concentreert zich liever op de toekomst die met grote waardering bekeken wordt.

Interesses

Hoe iemands gedrag met betrekking tot interesses is wordt bepaald door de Big5 persoonlijkheidskenmerken extraversie en intellectuele autonomie. Dit levert 4 verschillende voorkeursgedragingen op.

Doorsnee consument

Wanneer een lage mate van intellectuele autonomie gecombineerd wordt met een hoge mate van extraversie noemen we dat de doorsnee consument. De interesses zijn de populaire favorieten: feesten, sport, winkelen, blockbuster films en evenementen waar met anderen kan worden genoten. Deze mensen worden aangetrokken tot bedrijven en banen waar ze samen kunnen werken met anderen aan eenvoudige projecten.

Creatieve interactor

Wanneer een hoge mate van intellectuele autonomie gecombineerd wordt met een hoge mate van extraversie, hebben we te maken met een creatieve interactor. Interesses draaien om het nieuwe en het anders, ontdekkingen worden graag gedeeld met anderen. Ze houden van spreken in het openbaar en lesgeven, en ze passen goed in discussiegroepen. Vaak vinden deze personen het leuk om mensen te ontmoeten met verschillende achtergronden.

Huismus

Iemand met een lage mate van intellectuele autonomie en een lage mate van extraversie noemen we een huismus. De interesses zijn gericht op activiteiten die alleen kunnen uitgevoerd kunnen worden, of met een kleine groep. Deze personen zijn niet avontuurlijk en verzamelen bijvoorbeeld postzegels of munten, kijken televisie of tuinieren. De beroepsmatige interesses zijn vaak technisch of huishoudelijk gericht.

Zelf beschouwend

Een lage mate van extraversie en een hoge mate van intellectuele autonomie maken iemand zelf beschouwend. De interesses van deze persoon zijn gericht op ideeën en activiteiten die ze alleen kunnen uitvoeren. Lezen, schrijven of creatieve hobby’s (bijv. schilderen, muziek) spreken aan. Ze geven de voorkeur aan beroepen die zowel uitdaging als privacy bieden.

Afweermechanisme

Om het afweermechanisme van iemand in kaart te brengen hebben we de Big5 persoonlijkheidskenmerken natuurlijke reacties en intellectuele autonomie nodig. Deze 2 Big5 persoonlijkheidskenmerken geven weer 4 verschillende voorkeursgedragingen.

Onaangepast

Wanneer iemands natuurlijke reacties vooral emotioneel zijn en deze persoon een lage mate van intellectuele autonomie heeft noemen we dat onaangepast. Deze persoon heeft als onaangepaste persoon de neiging ineffectieve verdedigingen te gebruiken (bijvoorbeeld repressie, ontkenning, reactievorming). Hij of zij denkt liever niet aan verontrustende ideeën en hij of zij kan weigeren om mogelijke gevaren te erkennen (bijv. ernstige ziekte). Een onaangepast persoon begrijpt de pijnlijke emoties die hij of zij ervaart niet en kan gevoelens niet verwoorden.

Overgevoelig

Wanneer natuurlijke reacties vooral emotioneel zijn en er een hoge mate van intellectuele autonomie is, noemen we deze persoon overgevoelig. Iemand kan als overgevoelig persoon onverdedigd lijken. Hij of zij is alert op gevaar en hebt een levendig verbeelding van de mogelijk tegenslagen. Een overgevoelig persoon kan vatbaar zijn voor nachtmerries. Omdat deze denkt in ongewone en creatieve manieren, kan hij of zij soms onrustig zijn door vreemde en excentrieke ideeën.

Onbezorgd

Overwegend rationele natuurlijke reacties en een lage mate van intellectuele autonomie maken iemand onbezorgd. Op momenten van stress, zal hij of zij zelden sterk negatieve emoties ervaren, en wanneer dat toch zo is, dan bagatelliseert hij of zij het belang. Hij of zij blijft niet stilstaan bij bedreigingen of verliezen, in plaats daarvan went een onbezorgd persoon zich tot concrete actie om het probleem op te lossen of gewoon om zichzelf af te leiden. Hij of zij vertrouwt op hogere machten.

Aanpasbaar

Een rationele natuurlijke reactie gecombineerd met een hoge mate van intellectuele autonomie maken iemand aanpasbaar. Een aanpasbaar persoon is zich scherp bewust van conflict, stress en bedreiging, maar gebruikt deze situaties om creatieve aanpassingen te stimuleren. Hij of zij worstelt intellectueel met eigen intrapsychische problemen en kan reageren op levensstress als een bron van humor of artistieke inspiratie.

Interacties

Om het voorkeursgedrag interacties te duiden worden de mate van extraversie en mildheid met elkaar gecombineerd. De 4 gedragsvoorkeuren die daaruit naar voren komen zijn als volgt.

Leider

Een lage mate van mildheid gecombineerd met een hoge mate van extraversie maken iemand een leider. Een leider geniet van sociale situaties en ziet dit als een arena waarin je kunt stralen. De voorkeur gaat uit naar het geven van bevelen in plaats van het opvolgen ervan. De leider gelooft dat hij of zij bijzonder geschikt is voor het maken van beslissingen. Hij of zij kan opschepperig zijn en ijdel, maar weet ook hoe je het voor elkaar kunt krijgen om mensen samen te laten werken.

Verwelkomer

Iemand met een hoge mate van mildheid en een hoge mate van extraversie wordt de verwelkomer genoemd. Een verwelkomer geniet oprecht van het gezelschap van anderen. Hij of zij is zeer gehecht aan oude vrienden en is openlijk op zoek naar nieuwe. De verwelkomer is goedmoedig en sympathiek, bereid om een luisterend oor te bieden en praat graag met anderen over zijn of haar eigen ideeën. Hij of zij is gemakkelijk in de omgang en over het algemeen populair.

Concurrent

Een combinatie van een lage mate van mildheid en een lage mate van extraversie maken iemand een concurrent. De concurrent heeft de neiging om anderen te bekijken als potentiële vijand. Hij of zij op zijn of haar hoede en vaak afstandelijk en vaak op zichzelf. De concurrent geeft de voorkeur aan respect in plaats van vriendschap en bewaakt op jaloerse wijze de eigen privacy. Wanneer iemand met hem of haar omgaat, is het verstandig om ze de ruimte te geven die ze nodig hebben.

Bescheiden

Lage mate van extraversie maar een hoge mate van mildheid. Iemand met die persoonlijkheid noemen we bescheiden. Een bescheiden iemand cijfert zichzelf vaak weg. Hij of zij geeft er vaak de voorkeur aan om alleen te zijn, maar is ook sympathiek en reageert op de behoeften van anderen. Omdat hij of zij snel vertrouwen heeft, maken andere soms misbruik van hem of haar. Vrienden van een bescheiden persoon kunnen opkomen voor zijn of haar belangen maar moeten toch ook de privacy respecteren.

Activiteitsstijl

Wat is iemands activiteitenstijl? Aan de hand van de mate van extraversie en de mate van ordelijkheid kan dat bepaald worden.

Pret liefhebber

Een hoge mate van extraversie en een lage mate van ordelijkheid maken iemand een pret liefhebber. De persoon zit vol energie en vitaliteit, maar vindt het moeilijk om die energie op een constructieve manier te sturen. In plaats daarvan geniet hij of zij liever van het leven met spanning, avonturen en harde feesten. De pret liefhebber is spontaan en impulsief, klaar om te stoppen met werken als hij of zij lol kan hebben.

Doorzetter

Iemand met een hoge mate van extraversie en een hoge mate van ordelijkheid wordt de doorzetter genoemd. Hij of zij is productief en efficiënt en werkt in een snel tempo. De doorzetter weet precies wat er gedaan moet worden en staat te popelen om een bijdrage te leveren. Hij of zij kan zijn of haar eigen zelf verbeteringsprogramma ontwikkelen en deze ijverig volgen. De doorzetter kan opdringerig overkomen als deze zijn of haar stijl op andere probeert op te leggen.

De slaperige

De slaperige heeft een lage mate van extraversie en een lage mate van ordelijkheid. Hij of zij is niet snel enthousiast en heeft weinig plannen of doelen die motiveren. Meestal is de slaperige passief en reageert alleen op de meest dringende zaken. Hij of zij initieert zelden activiteiten, en in groepsactiviteiten en spelletjes word hij of zij vaak buiten gesloten.

Ploeteraar

De ploeteraar kenmerkt zich door een hoge mate van ordelijkheid en een lage mate van extraversie. De ploeteraar is een erg methodische werker die zich concentreert op de taak die uitgevoerd moet worden. Hij of zij werkt langzaam en gestaag door totdat de taak is voltooid. Zowel in vrije tijd als in werk, heeft deze persoon een vast tempo. De ploeteraar laat zich niet opjagen, maar anderen kunnen op hem of haar rekenen. Welke taken hij of zij ook toegewezen krijgt, deze worden afrond.

Temperament

Iemands temperament wordt gekenmerkt door de mate van intellectuele autonomie en mildheid. Samen vormen deze Big5 persoonlijkheidskenmerken weer 4 verschillende gedragsvoorkeuren.

Vrijdenker

Wanneer een hoge mate van intellectuele autonomie samenvalt met een lage mate van mildheid wordt de gedragsvoorkeur beschreven als de vrijdenker. Hij of zij is een kritische denker die niet wordt beïnvloed door traditie noch door sentimentaliteit. De vrijdenker overweegt alle meningen, maar maakt dan zijn of haar eigen oordeel over goed en fout. Deze persoon is bereid de gevoelens van anderen te negeren om een eigen idee van de waarheid na te streven.

Progressief

Een hoge mate van intellectuele autonomie en een hoge mate van mildheid noemen we progressief. Een progressief iemand heeft een doordachte benadering van sociale problemen en is bereid nieuwe oplossingen te proberen. Hij of zij heeft vertrouwen in de menselijke natuur en is er zeker van dat de maatschappij kan worden verbeterd door onderwijs, innovatie en samenwerking. Hij of zij gelooft in rede en redelijk zijn.

Resolute gelovige

De resolute gelovige is een combinatie van een lage mate van intellectuele autonomie en een lage mate van mildheid. Deze persoon heeft een sterke en onveranderlijke overtuigingen over sociaal beleid en persoonlijk moraal. Omdat hij of zij de menselijke natuur bekijkt met aanzienlijke scepsis, ondersteund hij of zij strenge discipline en een lastige benadering van sociaal problemen. De resolute gelovige verwacht dat iedereen zich aan de regels houdt.

Traditionalist

Een hoge mate van mildheid en een lage mate van intellectuele autonomie maken iemand progressief. Ze vertrouwen op de waarden en overtuigingen van familie en erfgoed bij het zoeken naar de beste manier om te leven. Ze voelen dat het volgen van de vastgestelde regels zonder twijfel de beste manier is om vrede en welvaart te verzekeren voor iedereen.

Leerstijl

De leerstijl die iemand heeft wordt bepaald door de mate van intellectuele autonomie en de mate van ordelijkheid. Deze combinatie van Big5 persoonlijkheidskenmerken levert 4 gedragsvoorkeuren op.

Dromer

Een hoge mate van intellectuele autonomie gecombineerd met een lage mate van ordelijkheid maken iemand tot een dromer. Een dromer voelt zich aangetrokken tot nieuwe ideeën en kan ze ontwikkelen met fantasierijke uitwerkingen, maar kan ook verdwalen in de eigen fantasie. Hij of zij is goed in het starten van innovatieve projecten, maar is minder succesvol in het voltooien ervan en heeft waarschijnlijk hulp nodig bij het gericht blijven. De dromer kan onzekerheid en dubbelzinnigheid goed verdragen.

Goede student

Wanneer iemand een hoge mate van zowel ordelijkheid als intellectuele autonomie heeft noemen we dat de goede student. Hoewel de goede student niet noodzakelijk intelligenter is dan anderen, combineren ze een echte liefde voor leren met de toewijding en organisatie om te slagen. Ze hebben een hoog aspiratieniveau en zijn vaak creatief in de aanpak om problemen op te lossen. Ze gaan academisch vaak zo ver als hun gave ze toestaat.

Terughoudende geleerde

Een lage mate van ordelijkheid en intellectuele autonomie resulteren in een terughoudende geleerde. Het najagen van het academische en intellectuele zijn niet hun kracht of voorkeur. Ze hebben speciale prikkels nodig om te beginnen met leren en om dit te blijven doen. De terughoudende geleerde heeft waarschijnlijk hulp nodig om het werk te organiseren en herinneringen om ze op schema te houden. Ze kunnen problemen hebben met het vasthouden van de aandacht.

Volgens het boekje

IJver, methodisch en georganiseerd, en aan alle regels houden. Dit kenmerkt de persoon die leert volgens het boekje. Iemand met een lage mate van intellectuele autonomie en een hoge mate van ordelijkheid. Ze hebben echter een gebrek aan verbeeldingskracht en volgen liever stap voor stap-instructies. Ze blinken uit in herhaald leren maar hebben problemen met vragen welke geen enkel correct antwoord kennen. Ze hebben behoefte aan structuur en afsluiting.

Karakter

Ook het karakter kan via de Big5 persoonlijkheidskenmerken worden bepaald. Hiervoor worden de persoonlijkheidskenmerken ordelijkheid en mildheid gecombineerd wat weer 4 verschillende voorkeursgedragingen oplevert.

Goedbedoeld

Een hoge mate van mildheid en een lage mate van ordelijkheid maken iemand goedbedoeld. Deze persoon is vrijgevig, sympathiek en oprecht bezorgd om anderen. Echter, het gebrek aan organisatie en doorzettingsvermogen betekent dat hij of zij soms niet slaagt in het doorzetten van de goede bedoelingen. Deze persoon is waarschijnlijk het beste in het inspireren van vriendelijkheid en vrijgevigheid in anderen.

Effectieve altruïst

De effectieve altruïst kenmerkt zich door een hoge mate van ordelijkheid en een hoge mate van mildheid. Deze combinatie maakt dat deze persoon ijverig werkt ten behoeve van de groep. Hij of zij bezit veel zelfdiscipline en uithoudingsvermogen, en weid de inspanningen aan het dienen van anderen. Als vrijwilliger is deze persoon bereid om moeilijk of ondankbare taken op zich te nemen en dit vol te houden.

Niet onderscheidend

Wanneer een lage mate van mildheid en ordelijkheid gecombineerd wordt ontstaat de gedragsvoorkeur niet onderscheidend. Deze persoon is meer bezig met zijn of haar eigen comfort en plezier dan met het welzijn van anderen. Hij of zij heeft de neiging een zwakke wil te hebben en heeft waarschijnlijk een aantal ongewenste gewoonten die hij of zij moeilijk zelf kan corrigeren.

Zelfpromotor

De zelfpromotor heeft een hoge mate van ordelijkheid en een lage mate van mildheid. Dit maakt dat de zelfpromotor vooral bezorgd is over eigen behoeften en interesses, en effectief is in het nastreven van eigen doelen.  Hij of zij kan zeer succesvol zijn in het bedrijfsleven of de politiek vanwege het doelbewust streven naar eigenbelangen.

Ontdekken van de Big5 Persoonlijkheidskenmerken

Meten van Big5 Persoonlijkheidskenmerken

Om iemands Big5 persoonlijkheidskenmerken in kaart te brengen wordt een zelfrapportagemetingen gebruikt. Een vragenlijst waarop de proefpersoon stellingen voorgeschoteld krijgt waarvan hij of zij aan moet geven in hoeverre deze op hem of haar van toepassing zijn.  Om te veel verstoring van de wenselijkheidsbias te voorkomen is het van belang voldoende controle vragen aan de vragenlijst toe te voegen. Dit maakt dat deze vragenlijsten vaak lang zijn.

50 vragen is wel het absoluut minimum om een goed beeld te krijgen. Binnen de psychologie worden vragenlijsten van 300 of meer vragen gebruikt. Dit geeft een uiterst precieze gradatie van iemands persoonlijkheid en haalt de verstoringen door meest wenselijke antwoorden er grotendeels uit.

Om een goed profiel vast te stellen voor individueel gebruik en gebruik op de werkvloer hanteert Big5Profiles een vragenlijst van 120 vragen. Dit lost het probleem van de wenselijkheidsbias op en geeft een gedetailleerd beeld van iemands persoonlijkheid. Zo gedetailleerd dat we zelfs de 6 sub-details van iedere dimensie in kaart kunnen brengen.

‘De normaal’

Als er over persoonlijkheid gesproken wordt, ontstaat al snel de vraag “wat is normaal?”. Omdat iedereen anders is, is het natuurlijk niet te doen om daadwerkelijk aan te geven wat ‘normaal’ is. Wel kunnen we op basis van verzamelde data bepalen waar de meeste mensen zich bevinden qua uitkomst.

De Big5Profiles persoonlijkheid dataset bevat 7.818 onderzoeksresultaten uit Nederland (n= 693.422). Door te kijken wat het gemiddelde per Big5 persoonlijkheidskenmerk is, ontstaat een globaal beeld van het ‘normaal’.

DimensieNederlandWereldwijd
Intellectuele autonomie58,0 % (SD 9.1)57,4 % (SD 9.4)
Ordelijkheid52,6 % (SD 9.6)53,3 % (SD 9.6)
Extraversie50,7 % (SD 8.3)50,6 % (SD 8.5)
Mildheid53,8 % (SD 8.5)54,0 % (SD 8.9)
Natuurlijke reacties48,6 % (SD 14.6)51,0 % (SD 16.1)
Tabel 1: Gemiddelde scores en spreiding per dimensie

De percentages in de tabel laten zien wat de gemiddelde ‘score’ is van alle testresultaten. Via de standaarddeviatie zien we hoeveel spreiding er is tussen de antwoorden. Hoe lager dit getal is, hoe dichter deze bij elkaar liggen.

De ‘normaal’ zou voor de meeste Big5 persoonlijkheidskenmerken dus rond de 50% gesteld kunnen worden. Ook de resultaten tussen de Nederlandse en de wereldwijde scores komen behoorlijk overeen.

Deze cijfers laten duidelijk zien wat Big5 uniek maakt ten opzichte van andere persoonlijkheidstesten. Daar waar je bij, bijvoorbeeld MBTI, extravert (50% of hoger) of introvert (lager dan 50) kunt zijn, zie je uit onze onderzoek data dat het grootste gedeelte van de bevolking rond die 50% ‘scoort’. De verschillen zijn marginaal maar laten in veel andere persoonlijkheidstesten een compleet andere persoonlijkheid zien.

De 70/30 regel

70/30-regel

Deze nuance maakt Big5 zo waardevol. Maar wanneer kunnen we dan spreken van een duidelijk persoonlijkheidskenmerk? Bij Big5 wordt daarbij de 70/30 regel gehanteerd. Alles wat tussen de 30% en 70% scoort is gemiddeld. De uitschieters onder de 30% en boven de 70% zijn bepalend voor iemands persoonlijkheid.

Ook deze waarden kunnen we uit onze onderzoek data laten zien:

Dimensie< 30%> 30% < 70%> 70%
Intellectuele autonomie0,3 %94,2 %5,5 %
Ordelijkheid0,6 %96,4 %3,0 %
Extraversie0,5 %98,1 %1,4 %
Mildheid0,4 %97,5 %2,1 %
Natuurlijke reacties9,4 %84,0 %6,6 %
Tabel 2: Verdeling scores per dimensie in Nederland
Dimensie< 30%> 30% < 70%> 70%
Intellectuele autonomie0,4 %95,0 %4,6 %
Ordelijkheid0,7 %96,2 %3,1 %
Extraversie0,7 %98,1 %1,2 %
Mildheid0,5 %97,1 %2,4 %
Natuurlijke reacties9,0 %79,9 %11,1 %
Tabel 3: Verdeling scores per dimensie wereldwijd

De tabellen 2 en 3 laten ook hier weer duidelijke overeenkomst zien tussen de scores in Nederland en die wereldwijd.

Wat echter in alle 3 de tabellen opvalt zijn de grote verschillen in waarden van natuurlijk reacties ten opzichte van de overige 4 Big5 persoonlijkheidskenmerken. Tabel 1 laat zien dat er een grote spreiding is in de resultaten terwijl tabel 2 en 3 duidelijk laten zien dat er daar veel vaker laag (30% of minder) of hoog (70% of meer) gescoord wordt.

Ook dit gegeven is een heel belangrijk element van de Big5 persoonlijkheidstest. MBTI meet grofweg de eerste 4 Big5 persoonlijkheidskenmerken die Big5 ook meet. We zien echter de grootste verschillen in persoonlijkheid in de natuurlijke reacties. Juist de natuurlijke reacties zijn bij het samenwerken in teams van groot belang en vormen ook voor de werkvloer een belangrijke indicator voor bijvoorbeeld stressbestendigheid en de kans op burn-out.

Big5 persoonlijkheidskenmerken in teams

Er zijn veel onderzoeken uitgevoerd naar het Big5-model en gedrag. Met name hoe deze eigenschappen het sociale gedrag en de prestaties van een persoon kunnen voorspellen. Een beter begrip van dit gedrag kan collega’s en managers helpen vertrouwen te creëren, beter met elkaar om te gaan en een sterkere werkcultuur te creëren.

Ook binnen teams spelen persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol

Welke van de Big5 persoonlijkheidskenmerken heeft de grootste invloed binnen het team?

In het boek Essentials of Oganizational Behaviour, 14th Edition is dat Ordelijkheid. Deze dimensie heeft volgens dat boek de grootste invloed op de prestaties binnen het team. Er wordt in het boek vanuit gegaan dat teamleden met een hoge mate van ordelijkheid een hoger niveau van werk gerelateerde kennis hebben omdat ze graag meer leren van het werk dat ze doen. Deze teamleden hebben waarschijnlijk ook de kenmerken van een sterke leider.

Verandering is voor teamleden met een hoge mate van ordelijkheid een stuk lastiger. Ze zullen het werk dat gedaan moet worden sneller boven alles stellen en minder flexibel zijn in het ondersteunen van verandering. Het aanleren van nieuwe, complexe vaardigheden kan lastig voor ze zijn omdat ze de neiging hebben zich vooral te richten op prestaties in plaats van op het leerproces.

De andere Big5 persoonlijkheidskenmerken

Teamleden die aan de emotionele kant van natuurlijke reacties zitten hebben een grotere kans op stress gerelateerde klachten als burn-out. Dit komt vooral omdat deze teamleden meer moeite hebben hun emoties te beheersen. Teamleden met een meer rationele kant van natuurlijke reacties hebben vaak een hogere werktevredenheid en lagere stressniveaus. Zij gaan vaak ook makkelijker om met eisen van het werk en veranderende omgeving.

Extraverte teamleden nemen vaak de leiding over situaties. Doorgaans laat een hoge mate van extraversie zien dat dat teamlid een sterk leiderschapsvermogen heeft. Ze gedragen zich echter eerder impulsief dan teamleden met een lagere mate van extraversie.

Teamleden met een hoge mate van intellectuele autonomie hebben het vaak gemakkelijker met veranderingen op de werkplek en zijn beter aanpasbaar. Ze zijn meestal ook effectieve leiders en zijn ‘minder vatbaar voor prestatieverlies over een langere periode’, aldus het boek Essentials of Oganizational Behaviour.

Een hoge mate van mildheid maakt teamleden over het algemeen meer geliefd. Deze teamleden zijn ook sneller geneigd de regels te volgen. Ze vertonen een hogere werktevredenheid en zijn minder snel betrokken bij arbeidsongevallen. Degenen die laag scoren op mildheid, gedragen zich eerder op een manier die contraproductief werkgedrag creëert en hebben mogelijk minder carrièresucces op lange termijn.

Doorbreek als leider de muren van de Big5 Persoonlijkheidskenmerken

Hoe kan een leider de Big5 persoonlijkheidskenmerken gebruiken om werknemers te motiveren?

Volgens een artikel uit Science Direct (Ghani, Yunus, & Bahry, 2016) kunnen ‘leiders die begrijpen hoe de persoonlijkheden van individuen verschillen, dit inzicht gebruiken om hun leiderschapseffectiviteit te verbeteren en om de werkprestaties van werknemers te verbeteren.’

Als leiders de neigingen, sterke en zwakke punten van hun teamleden kennen, kunnen ze deze gebruiken om hun teamleden te helpen en gemotiveerd te houden.

Leiders kunnen de Big5 persoonlijkheidskenmerken ook op zichzelf gebruiken om hun gedrag te beoordelen. Zo kunnen ze aan teamleden laten zien hoe ze niet alleen hun sterke punten kunnen maximaliseren, maar ook kunnen leren van hun zwakke punten, terwijl ze de organisatie naar succes drijven en het gedrag van de organisatie blijven evalueren.

Effect van de Big5 persoonlijkheidskenmerken op kennisdeling

Binnen Agile teams is kennisdeling van groot belang. Het helpt het team onafhankelijk te kunnen opereren en niet afhankelijk te zijn van 1 enkel teamlid. Uit onderzoek (Zwinkels, 2015) is gebleken dat intellectuele autonomie een belangrijke rol hierin speelt. Ook de studies van (Cabrera, Collins, & Salgado, 2006) en van (Matzler, Renzl, Müller, Herting, & Mooradian, 2008) ondersteunen de rol van intellectuele autonomie als belangrijke factor voor kennisdeling.

Teamleden met een hoge mate van intellectuele autonomie staan meer open voor de ervaringen ideeën van hun teamgenoten. Ze zullen meer kennis ontvangen en meer kennis verspreiden binnen het team. Intellectuele autonomie gaat samen met nieuwsgierigheid en leergierigheid. Teamleden met een hoge mate van intellectuele autonomie zullen dus altijd nieuwe dingen willen ontdekken. Dit vergroot de kennisdeling van en naar het teamlid met een hoge intellectuele autonomie.

Effect van de Big5 persoonlijkheidskenmerken op zelf effectiviteit

Teamleden met een rationele natuurlijke reactie zijn zelfverzekerder en ervaren `minder twijfel over de acties zij ondernemen (Zwinkels, 2015).  Dit maakt dat deze teamleden zelfverzekerder zijn over hun eigen capaciteiten (Matzler, Renzl, Mooradian, Krogh, & Mueller, 2011).

Een team dat daadkrachtig over moet komen heeft daarmee baat bij teamleden waarbij de natuurlijke reacties vooral rationeel zijn. Op die manier komen zij zelfverzekerd en doelgericht over.

De kans op kennisdeling inzichtelijk maken met de Big5 Persoonlijkheidskenmerken
Zie het verschil tussen verwachtingen en realiteit aan de Big5 Persoonlijkheidskenmerken

Verwachting en realiteit

Wanneer een team samengesteld wordt, zijn de Big5 persoonlijkheidskenmerken een goed hulpmiddel om een evenwichtig team samen te stellen. Wat echter een goede samenstelling is hangt af van verschillende factoren. Hierbij wordt ten eerste gekeken naar de onderlinge samenhang in persoonlijkheden. Deze kunnen elkaar versterken of juist verzwakken.

Ook de werkzaamheden waar het team voor bij elkaar komt maakt een groot verschil. Wanneer een team een grote verandering moet doorvoeren in een organisatie is het niet handig teamleden te selecteren met een lage mate van intellectuele autonomie. Immers zullen die teamleden eerder vast willen houden aan het vertrouwde dan aan het nieuwe.

Tot slot is ook de teamleider een belangrijke factor in het samenstellen van het team. Wanneer een teamleider bijvoorbeeld graag inhoudelijk overleg voert over verbeteringen en graag nieuwe dingen van het team wil, kan het best gezocht worden naar teamleden met een combinatie van hoge mate van extraversie en een hoge mate van intellectuele autonomie.

Stress door mismatch in Big5 persoonlijkheidskenmerken

Wanneer verwachtingen en realiteit niet met elkaar in balans zijn zal dit vroeg of laat leiden tot stress bij de teamleden. De teamleden worden door de mismatch in een positie gedrongen die tegen hun natuur in gaat.

Een mismatch kan op verschillende manieren worden opgevangen. Het begint natuurlijk met inzicht in waar deze mismatch zit. Het kan aan de teamsamenstelling liggen maar ook aan de verwachtingen van de teamleider. Big5Profiles biedt een uitgebreide rapportage waar verwachting en realiteit samen komen en toont daarbij de grootste mismatches. Deze rapportage biedt een gouden kans om met het team in gesprek te gaan over wat zij ervaren.

Een mismatch in de werkelijke Big5 Persoonlijkheidskenmerken en de gewenste veroorzaak vaak stress

Als blijkt dat een mismatch ontstaat door een verkeerde verwachting kan een (Agile) coach of  scrum master met de teamleider aan de slag om te kijken waar die verwachting vandaan komt. Zodoende kan gekeken worden waar een hoe deze verwachting bijgesteld kan worden.

Zoek overeenkomsten in plaats van verschillen

Het kan ook zo uitkomen dat de verwachting correct is maar dat het team hier niet direct aan kan voldoen. Als Scrum master of (Agile) coach is het dan zaak goed te kijken naar de mismatches en te zoeken naar overeenkomsten. Een team kan bijvoorbeeld behoefte hebben aan rust en regelmaat (dimensie extraversie) en daarnaast wat meer systematisch (dimensie Ordelijkheid) te werk gaan. Als (Agile) coach of Scrum master zou je dan kunnen zoeken naar manieren om processen strakker op te zetten. Op die manier wordt er meer systematisch gewerkt wat tevens meer rust en regelmaat geeft.

Een laatste redmiddel kan een wissel van teamleden met een ander team zijn of uitbreiding van het team. Dit laatste heeft echter nooit direct de voorkeur omdat teamwissels vaak voor een (korte) terugval van productiviteit zorgen.

Bronvermeldingen

Cabrera, A., Collins, W., & Salgado, J. (2006). Determinants of individual engagement in knowledge sharing. The International Journal of Human Resource Management, 17(2), 245-264.

Costa, P., McCrae, R., Zonderman, A., Barbano, H., Lebowitz, B., & Larson, D. (1986). Cross-Sectional Studies of Personality in a National Sample: 2. Stability in Neuroticism, Extraversion, and Openness. Psychology and Aging. 1(2). 144-149.

Donnellan, M. B., & Lucas, R. E. (2008). Age Differences in the Big Five Across the Life Span: Evidence from Two National Samples. Psychology and Aging. 23(3). 558-566.

Eysenck, H. (1979). Crime and personality. Medico-Legal Journal. 47(1). 18-32.

Eysenck, H., & Eysenck, S. (1976). Eysenck personality questionnaire. Educational and industrial testing service.

Ghani, N., Yunus, N., & Bahry, N. (2016). Leader’s Personality Traits and Employees Job Performance in Public Sector. Putrajaya: Elsevier B.V.

Gray, J. (1970). The psychophysiological basis of introversion-extraversion. Behaviour Research and Therapy. 8(3). 249-266.

Headey, B., Muffels, R., & Wagner, G. (2010). Long-running German panel survey shows that personal and economic choices, not just genes, matter for happiness. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America. 107(42). 17.

Jang, K., Livesley, W., & Vernon, P. (1996). Heritability of the Big Five Personality Dimensions and Their Facets: A Twin Study. Journal of Personality. 64(3).

Jensen-Campbell, L., Adams, R., Perry, D., Workman, K., Furdella, J., & Egan, S. (2002). Agreeableness, Extraversion, and Peer Relations in Early Adolescence: Winning Friends and Deflecting Aggression. Journal of Research in Personality. 3.

Jung, C., & Baynes, H. G. (1921). Psychologische Typen. Zurich: Rascher.

Matzler, K., Renzl, B., Müller, J., Herting, S., & Mooradian, T. (2008). Personality traits and knowledge sharing. Journal of Economic Psychology, 29(3), 301-313.

Matzler, K., Renzl, B., Mooradian, T., Krogh, G. v., & Mueller, J. (2011). Personality traits, affective commitment, documentation of knowledge, and knowledge sharing. The International Journal of Human Resource Management, 22(02), 296-310.

McCrae, R. R., & Costa, P. T. (1988). Recalled Parent-Child Relations and Adult Personality. Journal of Personality. 56(2). 417-434.

Schretlen, D., Hulst, E., Pearlson, G., & Gordon, B. (2010). Journal of clinical and experimental neuropsychology. 32(10). 1068-1073.

Zwinkels, S. (2015). Master Scriptie Persoonlijkheid in Teams.